Prachtig, maar klein

Dat het uitvaartmuseum (eindelijk) geopend is, is goed nieuws voor de hele uitvaartbranche. Een mooi en levendig museum over een onderwerp (de dood) en een vakgebied (de uitvaartwereld) dat decennia lang enerzijds een suf en doods imago had en anderzijds buitenstaanders aan het griezelen zette, kan alleen maar positief werken. Maar wat kan de gemiddelde begraafplaatsman en -vrouw hier vinden? Is het gewoon een leuk dagje uit of kun je er ook nog vakkennis opdoen? De Begraafplaats bezocht het museum met begraafplaatsmensen uit Sneek, Middelburg, Bergen en Amsterdam en vroeg hun oordeel.

Prachtig, maar klein

© Anja Krabben

Dat het uitvaartmuseum (eindelijk) geopend is, is goed nieuws voor de hele uitvaartbranche. Een mooi en levendig museum over een onderwerp (de dood) en een vakgebied (de uitvaartwereld) dat decennia lang enerzijds een suf en doods imago had en anderzijds buitenstaanders aan het griezelen zette, kan alleen maar positief werken. Maar wat kan de gemiddelde begraafplaatsman en -vrouw hier vinden? Is het gewoon een leuk dagje uit of kun je er ook nog vakkennis opdoen? De Begraafplaats bezocht het museum met begraafplaatsmensen uit Sneek, Middelburg, Bergen en Amsterdam en vroeg hun oordeel.

Ze betwijfelen het of ze zonder uitnodiging naar Amsterdam waren gekomen voor ‘een dagje Uitvaartmuseum’, zeggen Astrid Ghering en Jan de Boer. Begrijpelijk, ze komen tenslotte respectievelijk uit Zeeland, waar Astrid beleidsmedewerker begraafplaatsen is bij de gemeente Schouwen-Duiveland, en Sneek, waar Jan beheerder is van de gemeentelijke begraafplaats. Dat is niet naast de deur. Voor Michelle Hennen speelt dat probleem minder, haar werkplaats is de gemeente Bergen (N-H.), waar ze onder andere de administratie doet voor de drie gemeentelijke begraafplaatsen. De vierde, Bert Hilhorst, heeft een thuiswedstrijd. Hij is medewerker interne zaken op De Nieuwe Ooster (DNO), de Amsterdamse begraafplaats waar het Uitvaartmuseum onderdak heeft gevonden. Wat de vier gemeen hebben is hun deelname aan de enkele jaren geleden opgerichte klankbordgroep voor De Begraafplaats. Twee keer per jaar komen ze bij elkaar om de meest recente nummers van dit blad kritisch te bespreken en ideeën aan te dragen voor komende uitgaven; ze zijn niet onbelangrijk voor de redactie van dit blad.

De naam van het museum, Tot Zover – vlak voor de opening bleek dat de officiële naam te worden: Het Nederlands Uitvaartmuseum Tot Zover – wordt gewaardeerd. “Origineel en intrigerend.”  “Beter dan NUM.” “Nederlands Uitvaartmuseum klinkt te lang en niet erg uitnodigend.”

De rondleiding begint (en eindigt) in Café Roosenburgh, dat de entree vormt van het museum. Vanuit het grote raam zie je nieuwe uitvaartstoeten arriveren en oude vertrekken. Maar omdat het café lager ligt dan de begraafplaats, storen cafébezoekers en uitvaartgangers elkaar niet. Astrid: “Dit is een grote begraafplaats, café en begraafplaats zitten elkaar niet in de weg. Zouden er hier feesten en concerten worden gegeven, met muziek en veel drukte, dan zou ik het ongepast vinden.”

In de eerste zaal van het museum draait continu op groot scherm een film met ‘hoogtepunten’ uit de Nederlandse uitvaartcultuur. Voorzichtig loopt iedereen eerst lángs en dan dòòr de installatie ‘Tot Zover Jij en ik’. Dat laatste is ook de bedoeling. De installatie bevat portretten van overleden dierbaren, met een korte tekst er op, die in diverse hoogte zijn opgehangen (zie afbeelding) en waar je tussendoor kunt lopen als bezoeker – doden en levenden ontmoeten elkaar. Iedereen kan een portret van een overledene toevoegen aan de installatie (via www.totzoverjijenik.nl). De vraag ‘zou ik dat willen, om een voor mij dierbare dode op deze manier te herdenken?’, wordt wisselend beantwoord, maar de meesten vinden het een mooi idee.

In de zaal ernaast worden de vijf doodskisten waarin door middel van attributen, teksten en video’s de uitvaartrituelen van vijf verschillende godsdiensten en/of levensovertuigingen worden toegelicht, erg gewaardeerd. Er wordt lang bij stilgestaan. Vooral de laatste kist, waarin de persoonlijke uitvaart van de jong overleden Martijn wordt verteld maakt indruk.

kisten uitvaartmuseum

De 5 doodskisten waarin de uitvaartrituelen van
diverse bevolkingsgroepen worden toegelicht.

Prettige stemmen
De dames doen het zonder koptelefoon (audiotoer), de heren met. Volgens Jan de Boer is de pratende koptelefoon eigenlijk onontbeerlijk wil je alles begrijpen. “Anders mis je essentiële informatie, op de bordjes staat maar weinig.” Als voorbeeld wijst hij op de maquette van begraafplaats en crematorium Westerveld – die wegens ruimtegebrek op ludieke wijze rechtop staand geëxposeerd is, wat een onverwacht verhelderend beeld van het complex oplevert: “Zonder het verhaal van de geschiedenis van Westerveld en het cremeren in Nederland, is het alleen een leuke maquette. Ik steek hier echt iets van op.” Bert: “Wat toch ook niet onbelangrijk is, is dat zowel de mannen- als de vrouwenstem erg prettig is.”

Men is het erover eens dat de collectie in de uitstalkasten prachtig en aantrekkelijk zijn vormgegeven. Astrid: “Ik vind het museum schitterend. Er zit een mooie opbouw in de expositie en er is aandacht voor elk onderdeel van dood en begraven. Mooi is ook dat sommige dingen je kunnen raken en zelfs emotioneren. Ik vind het een echte aanrader.” Alleen Jan vindt de architectuur van het gebouw nu nog wat koud en kaal. “Veel beton.” Hij duidt hierbij vooral op de lange, lege gang waarmee een verbinding wordt gemaakt tussen het oude gebouw en de nieuwbouw. Maar die leegte is tijdelijk, laat directeur Guus Sluiter later weten. Het is de bedoeling dat in de gang tijdelijke en wisselende tentoonstellingen van hedendaagse kunst over de dood worden ingericht.

“En ik had het groter verwacht,” zegt Jan, waarmee hij wel ieders gedachten verwoordt. Astrid: “Als je hiervoor speciaal uit Zeeland komt, dan is het te weinig voor een dagje uit.” Bert: “Maar op een mooie dag kun je daar natuurlijk wel een wandeling over de begraafplaats aan toevoegen. Er zijn daartoe ook speciale wandelroutes uitgestippeld.” Jammer is het daarentegen, meent Michelle, dat het museum zo aan de rand van Amsterdam ligt, de combinatie met een uitje in het centrum van de stad ligt dan minder voor de hand.

Echt voor de branche
Zouden ze dit museum ook aan mensen van buiten de branche aanbevelen? (Wat toch een doelstelling is van het museum.) “Nee,” zeggen Astrid en Michelle eensgezind. Michelle: “Als mensen niets met het onderwerp hebben, zullen ze het niet snel waarderen denk ik. Ik heb het nu al op het gemeentehuis, als ik bijvoorbeeld naar de klankbordbijeenkomst ga, dat mensen zeggen ‘o, heb je weer een begraafplaatsdagje?’, met zo’n ondertoon van onbegrip in de stem.” Ze vindt het Uitvaartmuseum vallen in de categorie Brandweermuseum en het Museum voor Verpleging en Verzorging. “Daar ga je toch vooral naar toe als je zelf werkzaam bent in die branche. Ik zou mijn familie er bijvoorbeeld niet naar toe sturen. Voor mensen die met de dood werken is het bijzonder interessant.”

Is het geschikt voor een personeeluitje? Behalve dat het museum op de begraafplaats ligt waar Bert werkt, en De Nieuwe Ooster-mensen er dus makkelijk binnen kunnen lopen, gaat het jaarlijkse uitje van DNO juist ergens naar toe wat niets met de dood te maken heeft. Bert: “Wij noemen deze dagen niet voor niets ‘uit zonder lijk’.” In Bergen daarentegen staat de dood altijd centraal. Michelle: “We zijn bijvoorbeeld een keer naar de kistenfabriek Bogra geweest en afgelopen jaar hebben we een paar andere Noord-Hollandse begraafplaatsen bezocht. Ik ga zeker voorstellen om dit jaar naar het Uitvaartmuseum te gaan.”

Tot Zover is geopend van dinsdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00 uur. Het café opent een uur eerder en is elke dag open. Adres: Kruislaan 124, Amsterdam, www.totzover.nl.

installatie uitvaartmuseum


De installatie ‘Tot Zover Jij en ik’.


Wat kunnen begraafplaatsen betekenen voor Tot Zover?
Hoe mooi en gevarieerd de collectie van het Nederlands Uitvaartmuseum Tot Zover nu al ook is, uitbreiding is altijd mogelijk. Conservator Babs Bakels laat weten dat de collectie grafstenen op sommige gebieden best aanvulling kan gebruiken. Bakels: “We hebben nu al een bijzonder mooie collectie stenen, maar er zijn chronologisch en stilistisch gezien hiaten. Wat ontbreekt zijn negentiende-eeuwse classicistische en neogotische monumenten. Ook hebben we uit de negentiende eeuw vooral zerken, liggende stenen, we zouden graag nog wat staande monumenten willen hebben. Ook bijzondere stenen uit het begin van de twintigste eeuw zijn welkom. Dus niet het massaproduct, maar stenen waaraan meer aandacht is besteed in de vormgeving, de belettering en dergelijke. Dat geldt natuurlijk ook voor nòg jongere stenen met een speciaal ontwerp.”
Kistbeslag heeft het museum in overvloed, dus daar maakt u het museum niet speciaal blij mee. Wat Bakels wel weer heel bijzonder zou vinden is een zinken of een loden kist. “Die komen heel soms toch nog wel eens naar boven?”
Ook niet alledaags betreft haar wens grafgiften te ontvangen. “Waar wij erg blij mee zouden zijn, zijn bijzondere grafgiften of overblijfselen (geen botten uiteraard) die omhoog komen bij ruimingen van meer dan honderd jaar oude graven. Daar zouden we graag ooit een tentoonstelling van willen maken.”
Mocht u iets hebben waarvan u denkt dat Bakels er blij mee is, mail naar [email protected] of bel (020) 694 04 82.